TRAUMAVERWERKEND SCHRIJFWERK

Het is een beproefde methode om opgelopen tegenslag van je af te schrijven. Het blijkt te helpen bij het doorleven van de gebeurtenissen, alles weer een plek te geven en iets negatiefs om te vormen naar een positieve bijdrage aan ‘het leven’. In dat laatste zit de zin van dit soort schrijfwerk voor anderen. En die anderen zijn nu mijn gewaardeerde lezers.
Barry Meruma

Mr. Barry Meruma - Advocaat | Directeur HABITAT advocaten

Ik moet een trauma verwerken omdat de hoogste bestuursrechter in één zaak op meerdere kwesties anders heeft beslist dan ik na grondige voorbereiding had gehoopt. Negatieve effecten voor eigenaren/bewoners van varende (historische) woonschepen zijn daarvan het gevolg.

DUBBELTJE OP ZIJN KANT

Nu denken wij als bestuursrechtadvocaten niet in termen van ‘winnen’ en ‘verliezen’ in zaken tegen overheidsbesluiten, want zo werkt het niet. De overheid heeft namens ons allen de macht in handen om besluiten te nemen in het algemeen belang en heeft daarom ruime bevoegdheden.
Maar zij moet daarbij wel redelijk en zorgvuldig handelen, belangen duidelijk afwegen en binnen de wettelijke kaders besluiten nemen. Als zo bezien in een zaak bij ons vraagtekens rijzen, is er de bestuursrechter om voor ons burgers de rechtsvragen te beantwoorden en dragen we met z’n allen weer bij aan de rechtsontwikkeling.
Het kan goed of slecht uitpakken voor de burger die dit juridische pad bewandelt. In deze zaak pakte het slecht uit: twee ligplaatsen moeten na 42 jaar gedwongen worden ontruimd. Het zou fijner zijn geweest als de bestuursrechter het wél met ons eens was geweest. Want de consequenties van zijn besluit betekenen een zware inbreuk op het drijvende woongenot van de betrokkenen.

BEPAALDE DUUR

Huurovereenkomsten voor bepaalde duur eindigen – strikt genomen – simpelweg omdat dit zo is afgesproken tussen de partijen, ook al is dat na dertig jaar. Dat heet contractvrijheid. Deze huurovereenkomsten geven vrijheid aan de grondeigenaar en vormen na verloop een groeiend (vermogens)risico voor huurders. Meestal wordt een nieuwe termijn overeengekomen met gemoderniseerde

VAREND WOONSCHIP OF DRIJVEND BOUWWERK


Wat in de uitspraak het meest relevant is voor de woonbotenwereld, is de door ons gestelde rechtsvraag over het juridische onderscheid tussen een ‘varend woonschip’ en een ‘drijvend bouwwerk’. Sinds 2014 beweegt de rechtsontwikkeling omtrent woonboten zich in de richting van een juridische gelijkstelling met wonen op de wal. Alles wat drijft en permanent op de ligplaats in gebruik is voor bewoning, is nu een drijvend bouwwerk. Woonarken, scharken en (historische) woonschepen die niet zelfstandig kunnen varen, hebben nu dus een (bouw)omgevingsvergunning nodig.

UITZONDERING

Voor een specifeke categorie is een uitzondering op de omgevingsvergunningsplicht gemaakt: de varende
woonschepen. Deze woonschepen zijn technisch geschikt om veilig en zelfstandig mee te varen, wat ‘bewezen’ kan worden met bijvoorbeeld een geldig Certifcaat van Onderzoek. Daarnaast kan bijvoorbeeld meespelen dat een schipper het juiste vaarbewijs heeft, aansluitingen voor nuts- en afmeervoorzieningen eenvoudig losgemaakt kunnen worden en een toegangsvoorziening niet aan boord is vastgelast. De varende woonschepen in deze uitspraak voldoen aan deze criteria.

Het tweede criterium voor de uitzondering blijkt een subjectief gebruikscriterium. Een varend woonschip dat wordt gebruikt voor verblijf (wonen) en dat is bestemd (technisch geschikt) en wordt gebruikt voor de vaart, is geen bouwwerk. De juridische angel blijkt in ‘het gebruik voor de vaart’ te zitten.
Kan niet voldoende aannemelijk worden gemaakt dat er ‘af en toe’ wordt gevaren of zal worden gevaren, dan geldt de uitzondering op de omgevingsvergunningsplicht voor varende woonschepen niet.

De beoordeling daarvan ligt primair bij de gemeente, die daarbij soepel, streng of willekeurig kan oordelen. In de onderhavige zaak liet de bestuursrechter de strenge beoordeling van de gemeente in stand en beoordeelde de varende woonschepen toch als drijvende bouwwerken, juist omdat het bedoelde gebruik primair ‘wonen’ was en er niet ‘af en toe’ werd gevaren. Ook was niet relevant dat in de toekomst meer gevaren zou worden.

Woonschepen waarmee gevaren wordt, kunnen juridisch dus veranderen in omgevingsvergunningsplichtige drijvende bouwwerken als het actief varen vermindert tot minder dan ‘af en toe’ of zelfs stopt. Het varende woonschip is dan opeens ‘illegaal’ aanwezig op de ligplaats en staat bloot aan een handhavingsrisico. Ook het bestemmingsplan kan dan problemen opleveren, als alleen varende woonschepen op de ligplaats zijn toegestaan.

Mij lijkt de uitzondering op de omgevingsvergunningsplicht zo niet te werken. De volgende vraag doemt alweer op: waarom zou je met een drijvend bouwwerk niet ‘af en toe’ kunnen varen? In dat geval moet het advies zijn voor het drijvende bouwwerk een omgevingsvergunning aan te vragen. Maar dan volgt een toetsing aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit 2012 en het welstandsbeleid, en ontstaan daar misschien weer problemen. We zijn er nog niet klaar mee ...

VLOT magazine

Als woonbootadvocaat schrijft Barry Meruma regelmatig juridische artikelen voor het woonboten magazine VLOT.