Varend erfgoed

Een ontdekking in de tuin van zijn vader en een zakelijk contact zetten Barry aan het denken over de bescherming en het behoud van varend erfgoed.
Om op dat vlak stappen te zetten, hebben we volgens Barry doorzettingskracht en -macht nodig.

Barry Meruma

Mr. Barry Meruma - Advocaat | Directeur HABITAT Advocaten

In deze bijdrage deel ik de gedachtestroom die bij mij op gang kwam door twee gebeurtenissen in de afgelopen maanden. De ene gebeurtenis was een gift van mijn vader na een herhaalde opruimpoging van zijn bejaardenwoning; de andere was een leerzaam contact met Martine van Lier, directeur van het Mobiel Erfgoed Centrum (MEC). In beide gevallen ging het over de bescherming en het behoud van varend erfgoed.

Plechtig slijten

Eerst mijn vader. Toen ik laatst bij hem op bezoek was, zei hij: ‘Mijn zoon, luister...’ Dat is altijd een teken om goed op te gaan letten. Hij bleek een smeedijzeren anker met een stuk ankerketting uit zijn inmiddels bescheiden tuintje te hebben gevist. Het was in goede staat en bleek het laatste restant van een Groninger snik, een gejaagd en later gemotoriseerd beurtschip dat in de negentiende en twintigste eeuw rond Uithuizen voer en waarop volgens de overlevering mijn familieleden meevoeren.
Mijn vaders vondst deed me beseffen wat een reis door de tijd en de familie dit anker had gemaakt. Het stuk ijzer kreeg dus opeens een diepe betekenis, en het onvermijdelijke – maar voorspelbare – gebeurde: het anker ligt nu bij ons thuis op het terras te wachten op de toekomst. Totdat ik het erfgoed plechtig kan slijten aan een van ónze kinderen.

VIER P’s

De doorslag voor dit stuk gaf Martine van Lier toen ik haar belde met een vraag over de inventarisatie van historisch varend erfgoed, waarover vragen kwamen bij ons kantoor naar aanleiding van de geplande verbouwing van een woonschip. Voor wie het nog niet weet: Martine is een nationaal erkend boegbeeld voor de bescherming van ons varend erfgoed en is in het dagelijks leven ook welstandsadviseur bij de beoordeling van aanvragen om een (historisch) woonschip te verbouwen.
Een recent wapenfeit van Martine is de totstandkoming, samen met andere betrokkenen, van een belangrijk basisdocument: ‘Relaties tussen wal en schip.

Verkenning historische maritieme ensembles’ (2019). Je kunt het lezen op woonbootadvocaat.nl, en zoals de titel doet vermoeden gaat het over plaatsen waar varend erfgoed onderdeel is van de omgeving. De oude haven van Spakenburg is een goed voorbeeld van zo’n plaats, met Zuiderzeebotters en ander varend erfgoed dat naadloos aansluit bij het dorpscentrum en zo een prachtig oud-Hollands decor schetst. Maar in het algemeen zijn de bescherming en het behoud van dergelijke plekken landelijk onvoldoende geregeld. Ingedikt tot de essentie doet Martine daarom een beroep op vier p’s: passie, pegels, plannen en plaatsen.
Passie voor het behoud van het varend erfgoed is overal te vinden. Maar een gebrek aan die passie kan aanleiding zijn voor ferme discussies met eigenaren over wat wel en niet zou mogen worden verbouwd zonder afbreuk te doen aan het erfgoed enerzijds en respect voor de behoeften van nu anderzijds. Pegels zijn nodig in de vorm van subsidies en fondsen om eigenaren te helpen met het behoud van hun en ‘ons’ maatschappelijk erfgoed. Plannen om het varend erfgoed in alle opzichten voldoende te faciliteren ontbreken vaak ook. En plaatsen zijn nodig om het varend erfgoed beleefbaar te maken – voor de hele wereld.

Kracht en macht

Jouw schip is van ons allemaal. Dat is waar het op neerkomt. Maar dat idee gaat pas goed werken met transparante regelgeving, en op basis dáárvan kunnen de vier p’s vorm, belangenafweging en inhoud krijgen. De bestaande regelgeving voor monumenten helpt nog niet, het welstandsbeleid schiet voor dit doel tekort en de aankomende inwerkingtreding van de Omgevingswet haakt aan bij de p’s van ‘plannen’ en ‘plaatsen’ – maar daarmee zijn de bescherming en het behoud van ons varend erfgoed nog niet geregeld.
Werk aan de winkel, dus. Doorzettingskracht en -macht kunnen hier niet worden gemist. En de eigenaren van ‘ons’ varend erfgoed hebben ‘onze’ maatschappelijke steun als tegenprestatie volgens mij hard nodig. Wat vind jij? Ik zie je reactie graag tegemoet via redactie@vlotwaterwonen.nl. 

Verkenning historische maritieme ensembles’ (2019). Je kunt het lezen op woonbootadvocaat.nl, en zoals de titel doet vermoeden gaat het over plaatsen waar varend erfgoed onderdeel is van de omgeving. De oude haven van Spakenburg is een goed voorbeeld van zo’n plaats, met Zuiderzeebotters en ander varend erfgoed dat naadloos aansluit bij het dorpscentrum en zo een prachtig oud-Hollands decor schetst. Maar in het algemeen zijn de bescherming en het behoud van dergelijke plekken landelijk onvoldoende geregeld. Ingedikt tot de essentie doet Martine daarom een beroep op vier p’s: passie, pegels, plannen en plaatsen.
Passie voor het behoud van het varend erfgoed is overal te vinden. Maar een gebrek aan die passie kan aanleiding zijn voor ferme discussies met eigenaren over wat wel en niet zou mogen worden verbouwd zonder afbreuk te doen aan het erfgoed enerzijds en respect voor de behoeften van nu anderzijds. Pegels zijn nodig in de vorm van subsidies en fondsen om eigenaren te helpen met het behoud van hun en ‘ons’ maatschappelijk erfgoed. Plannen om het varend erfgoed in alle opzichten voldoende te faciliteren ontbreken vaak ook. En plaatsen zijn nodig om het varend erfgoed beleefbaar te maken – voor de hele wereld.

Kracht en macht

Jouw schip is van ons allemaal. Dat is waar het op neerkomt. Maar dat idee gaat pas goed werken met transparante regelgeving, en op basis dáárvan kunnen de vier p’s vorm, belangenafweging en inhoud krijgen. De bestaande regelgeving voor monumenten helpt nog niet, het welstandsbeleid schiet voor dit doel tekort en de aankomende inwerkingtreding van de Omgevingswet haakt aan bij de p’s van ‘plannen’ en ‘plaatsen’ – maar daarmee zijn de bescherming en het behoud van ons varend erfgoed nog niet geregeld.
Werk aan de winkel, dus. Doorzettingskracht en -macht kunnen hier niet worden gemist. En de eigenaren van ‘ons’ varend erfgoed hebben ‘onze’ maatschappelijke steun als tegenprestatie volgens mij hard nodig. Wat vind jij? Ik zie je reactie graag tegemoet via redactie@vlotwaterwonen.nl. 

logo VLOT magazine

Als woonbootadvocaat schrijft Barry Meruma regelmatig juridische artikelen voor het woonboten magazine VLOT.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Met het gebruik van deze website, stemt u hiermee in.